Zoals bij veel beroemde componisten, kreeg hij zijn eerste muziekonderricht van zijn vader, Giuseppe Rossini, die hoornist en trompettist was. Vervolgens ging hij in 1806 naar Bologna, waar hij studeerde aan het Liceo Musicale bij Padre Stanislao Mattei. In 1810 kreeg hij zijn eerste compositieopdracht voor een opera en boekte grote successen in 1813 met zijn opera's Tancredi en L'Italiana in Algeri. Twee jaar later, in 1815, toen hij verbonden was aan het Teatro San Carlo in Napels, componeerde hij naast de opera seria, ook komische werken (opera buffa), zoals Il Barbiere di Siviglia (gebaseerd op het toneelstuk Le Barbier de Séville (1775) van Pierre Beaumarchais), La Cenerentola en La Gazza Ladra. In 1822 huwde hij met de sopraan Isabelle Colbran en na de laatste opera voor zijn Italiaanse publiek geschreven te hebben, (Semiramide), vertrok hij naar Londen.

 

In 1824 vestigde hij zich in Parijs en leidde aldaar het Théâtre Italien. Zijn laatste grote theaterstuk, Guillaume Tell, schreef hij in 1829, daarna componeerde hij alleen nog geestelijke werken, zoals het Stabat Mater en de Petite Messe Solennelle. In 1837 scheidde hij van Isabelle de Coltran en kreeg later een nieuwe relatie met Olympe Pélisier, waarmee hij in 1846 in het huwelijk trad. Vanaf 1850 kreeg hij problemen met zijn gezondheid.

 

Tot zijn bekendste werken (voornamelijk opera's) behoren La Cenerentola, De barbier van Sevilla, La Gazza Ladra (De stelende (of diefachtige) ekster), La scala di seta (de zijden ladder), L’Italiana in Algeri en Guillaume Tell (Wilhelm Tell).

 

Enkele typische kenmerken van zijn muzikale stijl:

·                 virtuoze zangpartijen;

·                 zonnige en prettige melodieën;

·                 het fameuze Rossini-crescendo (een steeds sterker wordende herhaling van hetzelfde motief);

·                 een overwegend homofone stijl.

 

Rossini was een liefhebber van eten. Naar hem werd de Tournedos Rossini van Auguste Escoffier vernoemd.

 

 

Muziek van Gioacchino Rossini gearrangeerd door Jim van Leersum Jr.:

 

La Gazza Ladra (ouverture)

Rossini componeerde deze opera in 1817. Het verhaal van 'de diefachtige ekster' speelt zich af in een klein dorpje niet ver van Parijs.
Het verhaal is gebaseerd op een waargebeurde geschiedenis: een Franse dienstmeid was veroordeeld en terechtgesteld voor diefstal; later kwamen de dorpsbewoners erachter dat niet zij, maar een ekster de echte dief was, en uit eerbetoon werd een traditie van een jaarlijkse herdenking begonnen.
Het libretto van Gherardini, met op het nippertje de redding van de heldin, geeft de opera een minder serieuze kant, maar de verschillende delen gezamenlijk leggen eerder de nadruk op de dramatiek dan op het komische.

 

 

Gioacchino Rossini

Gioacchino Antonio Rossini (Pesaro, 29 februari 1792 - Passy (tegenwoordig een stadsdeel van Parijs), 13 november 1868) was een Italiaanse componist. In een periode van twintig jaar (1810-1829) componeerde hij 39 opera's.